De vallei, van een verrassende, ontroerende en met zijn rotspartijen soms wilde schoonheid, ligt verborgen in het prachtige bosgebied tussen Darney en Martinvelle in het zuiden van “la Vôge”. Dit magische stukje Vogezen heeft, naast haar intense doch ingetogen, mooie, stille natuur, een rijke historie. Het is van oudsher een gebied waar oude culturen, oude bevolkingsgroepen zich terugtrokken in de hen bescherming biedende bossen. Voor zover men heeft kunnen nagaan is op de sacrale grond van het kloostercomplex Droiteval rond het jaar 1100 een Cisterciënzer abdij gebouwd, waar gedurende plus minus 350 jaar vrouwelijke religieuzen van de Cisterciënzer orde leefden. In de overlevering wordt melding gemaakt van een abdis die, in 1426, de laatste leek te zijn. Enkele jaren later werd de abdij verwoest en de religieuzen, voor zover nog aanwezig, werden uiteen gedreven.
  Met het aantreden van de eerste prior in 1453 werd de Cisterciënzer abdij getransformeerd tot Priorei en leefden hier gedurende nog eens 350 jaar mannelijke religieuzen, totdat de Franse revolutie dreigde en de monniken genoodzaakt waren het klooster en de plek te verlaten. Het geheel verviel in 1790 aan de Franse staat en ging door verkoop over in particuliere handen met wisselende eigenaren.
 

  Ten tijde van de Franse revolutie deed de staalindustrie haar intrede in de vallei om aan de grote vraag naar wapens voor de legers te kunnen voldoen. Deze breidde zich in 1796 ook uit naar Droiteval, waarbij de kapel een ontheiliging onderging en als depot werd gebruikt. Later is deze door de volgende eigenaar gerestaureerd en in ere hersteld.